Een orgel in Antwerpen
 
Home
Vorig niveau
Wat is een pijporgel ?
Vorige "orgels"

De bouw van het Nagels-orgel in de Bexstraat

 

 

 

 

voorgeschiedenis
[alles over de vorige begeleidingsinstrumenten ("orgels") in de Bexstraat sinds 1893]

In 2001 besliste de Christusgemeente om op middel-lange termijn over te gaan tot de vervangen van het huidige begeleidingsinstrument, een zeer goed electronisch orgel aan - merk Heyligers - uit 1978. Een orgelfonds werd geopend en tegen de zomer van 2002 was er voldoende geld binnengekomen om de eerste concrete stappen te zetten. Een principieel beleidsplan werd opgesteld en goedgekeurd en een orgelcomit� werd belast met ori�nterend onderzoek. Na een luisterronde kwam zij eind 2002 met een concreet voorstel. Na een periode van overleg en peilingen rond de financiering werd in het najaar van 2003 besloten een orgel met de volgende dispositie te laten bouwen:

 

Manuaal C, D-d3

 

Holpijp 8

Quintadeen 8

Prestant 4

Roerfluit 4

Nasard 2 2/3   (B/D)

Octaaf 2          (B/D)

Terts 1 3/5       (B/D)

Quint 1 1/3

Sifflet 1            (B/D)

Mixtuur III

Pedaal: C, D-d1

Subbas 16

 

Speelhulpen

tremulant

tiratutti voor plenum

B/D-deling: c-cis

pedaalkoppel

 

Algemeen

Toonhoogte:     a1 = 438 Hz

Winddruk:        ca. 70mm 

- B/D = bas-discant deling: een register kan apart voor de onderste en bovenste manuaalhelft getrokken worden. Zo ontstaan meer registratie mogelijkheden.

- Stemming: 5 getemperde kwinten: C-G, G-D, D-A, A-E, H-Fis

- Mensuratie, windlade etc. naar het orgel van Zacharias Hildebrandt, dorpskerk te St�rmthal (Sachsen), 1722-1723.

 

Welke waren de krachtlijnen om tot dit project te komen ?
Echtheid
(authenticiteit), eenvoud en duurzaamheid waren de drie �richtwoorden�. Bij alle aspecten van dit project moesten deze in het oog gehouden worden. Daarnaast speelden ook volgende argumenten nog een rol:

  1. De kerk (neo-romaans bouwwerk uit 1893) maakt deel uit van het �erfgoed Vlaanderen� en is ingeschreven op de lijst met voor erkenning vatbare monumenten op grond van de historische waarde. Met name de binnenarchitectuur en de akoustiek worden hooggeschat. Een nieuw orgel zal dus op maat gemaakt moeten worden, ingepast in (passend bij) de architectuur. Dit geldt zowel het instrument als de kast.

  2. Een op maat gemaakt orgel voldoet ook het best aan de primaire functie van een kerkorgel (en de behoefte van de gemeente): nl. dat de samenzang goed wordt begeleid en de eredienst er op passende wijze mee kan worden opgeluisterd.

  3. Een kerkorgel met enige allure (≠ groot !) zal ook de uitstraling van de protestantse eredienst ten goede komen alsmede mogelijkheden leveren om een op de inhoud ge�rienteerde concertpraktijk uit te bouwen.

 

Waarom nou juist d�t orgel met deze dispositie ?
Eens de keuze voor een ambachtelijk en op maat gebouwd pijporgel gemaakt, werd beslist dat men vervolgens niet altijd het wiel opnieuw hoeft uit te vinden. De principes van de barokorgels, zoals die in Midden-Duitsland in de eerste helft van de 18de eeuw werden gebouwd, leken heel geschikt voor de concrete ruimte en het primaire gebruik van het instrument. Als concreet model (maar dan een trapje kleiner) werd gekozen voor het orgel in St�rmthal, Sachsen (1722/1723, gebouwd door Zach. Hildebrandt, gekeurd door J.S. Bach). Dit is een kwalitatief hoogstaand orgel en functioneert na 280 jaar nog steeds prima. Het is gekeurd door J.S. Bach zelf (Hij schreef ook een inhuldigingscantate: H�chsterwunschtes Freudenfest (BWV 194).

Hier is een link voor ge�nteresseerden betreffende het orgel van St�rmthal en de cantate van Bach.

 

De klankkleur van dit type orgels is zeer sprekend en het geheel levert een instrument op, dat heel goed bij de kerkruimte en eredienst past.

Bovenstaande dispositie is gebaseerd op dit orgel en aangepast aan het kleinere volume van de kerk. Een orgelcommissie [(bestaande uit: mw. Jetty Janssen en dhr. Teun de Joode (organisten der kerk), dhr. Willem Ceuleers (organist St. Lambertus Brussel-Laken, vh. te Sinaai-waas & kapelmeester st. Michielskathedraal Brussel als technisch adviseur) en ds. Dick Wursten (secretaris)] werd belast met de bestudering van de mogelijkheden en de verdere uitwerking van het plan.

 

Uiterlijk

Het register dat vooraan staat (en daarom de prestant heet) is een 4� register (een pijpenrij op basis van vier voet). De verdeling van deze pijpen over het front, bepaalt de algemene vorm. De langste pijp (vanaf het labium gemeten, de voet kan langer of korter gemaakt worden, zonder de toonhoogte te be�nvloeden) is dan C = 1.32 m De orgelbouwer stelde een ideale totaalhoogte voor van : 3.70 m. [breedte 2.30 m. en de diepte ongeveer: 0.65m.] Omdat ook de kast stijlvol moest zijn, een 'eigen presentie' hebben, en tegelijk zich moest inpassen bij de rest van het interieur hebben wij de opdracht om de kast te ontwerpen toevertrouwd aan een klassieke meubel�maker en restaurateur, dhr. Jan van Herck uit Antwerpen. Het feit dat de kerk zelf Neo-romaans is (ronde bogen dus!), sober ingericht met alle houtwerk (banken en balustrade en kansel) in roodbruine kleur (pitchpine) heeft ons ervoor doen opteren om ook de orgelkast in deze stijl in te passen. Post-modern is dat je niet perse modern wilt zijn, alsubegrijptwatikbedoel.

 

Hoeveel heeft dat gekost ?
incl. BTW ruim 80.000 euro, waarvoor de burgelijke overheid (stad Antwerpen) een subsidie heeft verleend van 65%. Na de afwerking van het orgel werd vastgesteld dat een subbas 16' onontbeerlijk is voor de dispositie, zie boven). Dankzij enkele grote giften kon deze reeds in het najaar worden besteld. Ze werd in november 2005 geplaatst, deels in de orgelkast, deels achter de kast.

 

op de foto hieronder: 12 april 2005: De windlade en prestantrij wordt geplaatst door de orgelbouwer, Marc Nagels, onder het toeziend oog van orgeladviseur, Willem Ceuleers.