Een orgel in Antwerpen
 
Home
Vorig niveau
Jubileumconcert
Orgelbouw
Zach. Hildebrandt
Orgel-inhuldiging
CD Klavierübung
Sweelinckconcert
fotopagina

8ste verjaardagsconcert, 24 mei 2013

Willem Ceuleers speelt werk van Jan Pieterszoon Sweelinck
Achtste verjaardag van het Marc Nagels-orgel
Christuskerk te Antwerpen
 

Sweelinck-03

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PROGRAMMA

 

 

1. Toccata [15]                                                                                  

         uit de �L�bbenauer Orgeltabulaturen�

Zuid-Duitsland,  ca. 1625-�50

         Berlin, Deutsche Staatsbibliothek, MS LynarA1

 

2. Da pacem in diebus nostris        - 4 variaties                              

         uit de �L�bbenauer Orgeltabulaturenéé

 

3. Fantasia [3]                                                                                   

         uit �the Fitzwilliam Virginal Book�

         MS Francis Tregian, 1612-�19

         Cambridge, Fitzwilliam Museum, MS.MS.32G29

 

4. Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ � 4 variaties

         uit de �L�bbenauer Orgeltabulaturenéé

 

5. Echo Fantasia [13]                                                                          

         uit MS.1982 - Padova, Biblioteca Universitaria

 

6. Psalm 140 : O Dieu, donne-moy delivrance     - 5 variates

uit �the Fitzwilliam Virginal Book�

 

7. Fantasia [8]                                                                                   

         uit de �L�bbenauer Orgeltabulaturenéé

 

8. Mein junges Leben hat ein End�  - 6 variaties

         uit de �L�bbenauer Orgeltabulaturenéé

 

9. Toccata [17]                                                                                  

         uit de �L�bbenauer Orgeltabulaturenéé


 

 

 

Tal van musici trokken naar Amsterdam om les te volgen bij Sweelinck (1562-1621), een groot componist (m.n. van vocale muziek) maar in die tijd vooral beroemd als organist, klavecinist. Hij werd veel gevraagd als orgeladviseur en moet een uitstekend pedagoog zijn geweest. Zonder veel klaviermuziek te publiceren oefende hij zo toch een enorme invloed uit op de ontwikkeling van de orgel- en klavecimbel�muziek, met name in noordelijk Duitsland.

Anderhalve eeuw later getuigt het muziekwoordenboek Grundlage einer Ehren-pforte (1740) van Johann Mattheson nog van Sweelincks faam. Als twee van Sweelincks leerlingen Jacob Praetorius II (hier Schulz geheten) en Heinrich Scheidemann worden behandeld, dan lezen we (in vertaling):

Toen Schulz vernam dat er in Amsterdam een voortreffelijke organist leefde, verlangde hij om daar naartoe te reizen en door hem te worden onderwezen. De kerkraad van de Sankt Jacobikirche moedigde hem aan en beloofde de helft van de kosten te zullen dragen. Het was de beroemde Jan Pieterszoon Sweelinck bij wie hij in de leer ging en die hem onder andere een geheel eigen manier van vingerzettingen leerde die toen heel ongebruikelijk was maar zeer goed. Schulz nam Sweelincks gebruiken en houding over die bijzonder aangenaam en achtenswaardig waren. Zo speelde hij zonder het lichaam veel te bewegen waardoor het leek alsof het moeiteloos gebeurde. Zijn natuurlijke wezen - ernstig, ordentelijk en bescheiden - was hem daarbij zeer behulpzaam. Het was niet alleen een lust om hem te horen, maar ook om hem te zien wanneer hij aan het orgel zat. Hans Scheidemann, de wakkere organist van de Sankt Catharinenkirche (in Hamburg), stuurde in dezelfde tijd zijn zoon Heinrich naar Holland. Zo kwamen de twee jonge, ambitieuze Hamburgers samen in Sweelincks school. Zij studeerden om het hardst, wat de meester zeer verheugde.

Begin 18de eeuw reisde een zekere Johann Sebastian Bach speciaal naar L�beck om daar een organist te kunnen horen, die in die traditie was geschoold, Dietrich Buxtehude�

 

 

HET ORGEL

 

Het orgel is een beeld van 't leven hier beneden.

Veel pijpen staan d'r in verdeeld in haar geleden,

Een ieder heeft zijn plaats, een ieder zijn geschrei:

Zo is de staat en praat der mensen velerlei.

Gij hoort de lichtste pijp het allerhoogste blazen,

Ook die het minste weet wil 't allermeeste razen.

Nu ziet eens het pedaal, men treedt het met de voet,

En geeft nochtans den dreun daar 't al op steunen moet:

Wat wordt er menig hier met voeten ook getreden

Die deftig is in konst en loffelijk van zeden!

Het orgel houdt hem stil als 't niet wordt opgewekt

Van die de pijpen stelt en de registers trekt:

Ook zou hem het gemeen voorzeker wel bedaren

Wanneer d'r hier en daar geen pijpenstellers waren.

Als �t orgel accordeert dan is 't zuiver werk,

Nog beter is de vree in 't land en in de kerk.

Tot psalmen en gebee�n wordt  't orgel recht gebruiket:

O zalig welker keel des Heren roem ontluiket!

Maar ah!, het orgel speelt onwetende zijn lied,

En menig zingt en dankt, en 't hert en voelt het niet.

Hoort vrienden, 't is maar wind, een wind die weinig blijvet

Die ons bij 't leven houdt, en die het orgel drijvet:

Douwt eens een pijpken toe, 't en slaat niet meer geluid:

Stopt ons den adempijp, het leven is er uit.

Dit dacht gij (mogelijk) o Claudi*, als de peste

Met een venijnde flits u haastig gaf de reste;

Voor ons wel droefelijk, die uwen zoeten zang

Heeft deugdelijk verheugd zo vele jaren lang,

Maar wenselijk voor u, die eeuwiglijk hierboven

Met een veel schoner stem zult uwen Heiland loven.

 

Jacob Revius

 

 

* Dit gedicht werd geschreven bij het overlijden van de organist van de Grote Kerk te Deventer, Claude Bernard, leerling van J.P. Sweelinck die trouwens zelf ook geboortig was van Deventer.